50 jarig priesterjubileum Willem Froger
Zondag 8 juli 2018 viert pastor Willem Froger zijn 50-jarig priesterjubileum.
De viering, uit dankbaarheid, zal worden gehouden in de Emmaüsgangers. Aanvang 10:00 uur.
Naar aanleiding van zijn jubileum hebben we Willem Froger op zijn praatstoel gekregen. Met dit interview leert u hem vast beter kennen.


Bouwen aan de kerk


Inleiding
Normaal zijn priesterwijdingen altijd de zaterdag na Pinksteren. Maar in dat jaar liep het anders. Mijn wijding was op zaterdag 6 juli, aan het eind van het schooljaar, zodat we daarna allemaal met vakantie konden gaan.

Wat was je motivatie en roeping om priester te worden?
Het begon eigenlijk al toen ik misdienaar werd. Ik vond dat liturgische gedoe best leuk. Dat was meestal ’s morgen heel vroeg opstaan om dan bij de paters van de Jozefparochie in Delft te gaan dienen. Op een dag kwam er een missionaris uit Nieuw Guinea de lagere school bezoeken. Na zijn verhaal wilde heel de klas missionaris worden. Thuisgekomen vertelde ik dat aan mijn vader. “Heel goed”, zei hij. “Maak eerst de lagere school maar af en daarna zien we wel verder”.

Na de lagere school ging ik gewoon naar de middelbare school in Delft. Aan het eind van het eerste jaar zeiden ze tegen mij, ga maar HBS doen. Eigenlijk heb ik al die jaren er niet meer aan gedacht om priester te worden.

In het 5e jaar van de HBS kwam er een pater van de SCJ en die vroeg: “wie wil er jeugdleider worden bij het SFL, het Sint Franciscus Liefdeswerk?” Ik werd jeugdleider en zo ging ik met de zomervakantie op kamp met jongens van mijn eigen leeftijd, maar ik was wel de baas.

Aan het eind van de HBS had ik nog geen idee wat ik verder zou gaan doen en was de keuze om het vak van mijn vader, bouwkunde, te gaan doen logisch. Ik ging naar TH. Dat viel tegen. En dan kom je de eerste keer in een zaal die helemaal vol zit met zo ongeveer 500 studenten. Tot zelfs op de trappen moesten we zitten. Ergens daar ver weg beneden stond een manneke die allemaal cijfers op het bord schreef. Na een half jaar had ik het wel gezien.

Toen kwam het idee weer bij mij boven om priester te worden. Dat kwam ook door mijn werk in het clubhuis, dat een heel stuk van mijn leven was geworden. Ik heb nog even gedacht om jeugdleider te worden. Toen zei mijn vader: “dat is nu leuk, maar vind je dat over 10 jaar ook nog? Denk er nog eens goed over na.” Ik ben gaan praten met de moderator van de studenten en daarna met mijn vader. En ik zei: “ik wil priester worden, vind je dat een goed idee?” Waarop hij zei: “dat had ik eigenlijk altijd wel verwacht”. Dat was wel heel verrassend! “En toen kwam de vraag: “wat dan”? Met vader, moeder en met een goede kennis, een priester die het kleinseminarie van Rotterdam leidde,
hebben we uitgebreid gepraat. Hij zei: “ga maar naar de Jezuïeten, die hebben een opleiding in Den Haag, de Schola Carolina”. Dat was een school voor late priesterroepingen. Ik heb daar twee jaar lang Latijn en Grieks gedaan. Daarna heb ik mij gemeld op het Grootseminarie Warmond. Mijn opleiding daar heb ik met heel veel plezier gedaan. Het was prettig om met liturgie bezig te zijn en ik had goede leraren.

Het Tweede Vaticaans Concilie liep zo ongeveer gelijk met mijn opleiding. Toen bijvoorbeeld het decreet naar buiten kwam dat de mis in de eigen volkstaal mocht, gingen wij naar de directie en vroegen: “mag de mis in het Nederlands?”. Wij kregen te horen: “rustig aan, laten we beginnen met de getijden”. Op het seminarie werd er hard gewerkt aan vertalingen. Het was een spannende tijd. Zo hielpen we mee met bijscholingscursussen voor de pastores n.a.v. de veranderingen. Ze kwamen er massaal op af.
Het was een tijd dat deuren letterlijk en figuurlijk open gingen. Zo kregen we een (gemeenschappelijke) telefoon zodat we de buitenwereld konden bereiken en zij ons. Door het hele gebouw heen werden speakers opgehangen als oproepsysteem voor als iemand gebeld werd. Zo heb ik leren solderen.
Toen kwam het samengaan van de vele opleidingen naar o.a. Amsterdam en Utrecht (1967). Ik heb in de commissie gezeten die de verhuizing naar Amsterdam moest voorbereiden. Daardoor kreeg ik vrijstelling voor het schrijven van mijn afstudeerscriptie. Het laatste jaar van de opleiding was in Amsterdam. Na de diakenwijding moesten we stages, in groepsverband, gaan lopen. De eerst doop en de eerste uitvaart onder toezicht van de groep. En na afloop kreeg je commentaar van de groep. Je voerde ook gesprekken met parochianen van wat zij er van vonden. Het was echt een leuke tijd.

Was het moeilijk om dat 50 jaar vol te houden?
Nee. Ik was 29 toen ik in 1968 gewijd werd. Wij waren nog met z’n tienen, terwijl we met z’n dertigen de opleiding waren gestart. Ik wist heel toen goed waar ik aan begon.
Wij waren getraind om te werken in groepsverband en vroegen bisschop Jansen: wilt u ons benoemen in een team. Zo’n samenwerking bestond nog nergens, behalve dan in Alexander-Ommoord o.l.v. de paters Jezuïeten.
Toen we terugkwamen van vakantie hoorden Martin Oostdam en ik dat we benoemd waren in Europoort, district 6 van het dekenaat Rotterdam. We zijn toen in Rozenburg begonnen, meteen met 6 parochies.

Al heel snel werd ik benoemd als secretaris van het pastoresoverleg in dat gebied. Van daaruit werd ik betrokken bij het overleg van alle secretarissen, een stevig clubje van jongere priesters. Dat clubje ging de reorganisatie van het dekenaat en de parochies begeleiden. Op die manier zat ik gelijk al in de dekenale organisatie. Er was genoeg te doen al die jaren.

Waar haalde je al die jaren de inspiratie vandaan?
Enerzijds uit de ontmoetingen met de mensen. Individueel pastoraat is niet mijn sterkste kant geweest maar het groepswerk lag mij wel. Bezig zijn met groepen vrijwilligers en de organisatie draaiende houden met creatieve oplossingen daar lag mijn inspiratie. Anderzijds haalde ik de inspiratie uit de studie van de Bijbel. Zo verslond ik de boeken Schillebeeckx. Daar vond ik gewoon tijd voor. Ik bleef cursussen volgen en gaf ook cursussen en probeerde zo met alles bij te blijven.

Wat waren de hoogtepunten in die 50 jaar?
Er springt er niet direct één echt uit. Nee ook de wijding niet? Het was veel meer een liturgische afsluiting van je opleiding. We waren eigenlijk al meer bezig met wat we daarna gingen doen.
Ik heb altijd genoten van de vieringen en zo contact maken met gelovigen en het op die manier samen zijn. Het dagelijkse gewone werk is het meest inspirerend voor mij geweest.

Waren er dieptepunten?
Ja, er waren best momenten dat ik doorheen zat. De laatste periode in het dekenaat Rotterdam was best zwaar en liep niet lekker. De fusies van de parochies gaven best een enorme druk. Ik hield dat vol doordat ik mij kon terugtrekken in Ulvenhout in een soort pied-à-terre. Mijn vader had dat in 1954 gekocht, toen nog een krot met een lapje grond. Dat hebben we daar samen als familie opgebouwd en ik werd daar, zeg maar, de klusjesman. Het was een ontspanningsplek waar ik mij in het zweet kon werken en de tijd had om veel te lezen.
Ook de eerste periode in Den Haag / Rijswijk, zo rond 1995, was een moeilijke tijd.
Het Rotterdamse karakter (de directheid) en de geaardheid van het Haagse is een wereld van verschil. Daar moesten drie parochies fuseren. Dat was geweldig wennen en aanpassen. Dat is uiteindelijk wel gelukt mede dankzij de begeleiding van Han Banning, een gehuwde priester, die (zoals we dat nu noemen) aan coaching deed.

Boodschap aan een jongere
Er is nooit iemand bij mij geweest die aan mij zei, “ik zou wel priester willen worden”. Dat is wel een beetje een pijnpunt dat ik in de periode dat ik gewerkt hebt de jongere generatie langzamerhand verdween uit de kerk.

Een boodschap zou zijn: blijf bij jezelf en laat je goed inspireren door bij een gemeenschap betrokken te zijn en volg een goede opleiding.

Mensen zijn altijd belangrijk in het leven, wie zijn er belangrijk voor
je geweest en misschien nog wel?

Ik denk mijn familie. Ik heb dat gemerkt het afgelopen jaar. Dan is familie als een warme mantel.
Maar ook een parochie waar je langer bent, gaat als familie voelen.

Zou je het weer over doen?
Ja. Ik ben blij dat ik die keuze toen gemaakt heb. Wat ik nu wel ga missen, is de band met collega’s. Die zijn inmiddels voor een groot deel weggevallen.

Ambities/toekomstplannen
Ja, nog even doorgaan. Gewoon proberen bezig te blijven. Ook blij om, na mijn ziekte, weer ingeroosterd te zijn. Misschien wil ik zelfs weer een Bijbelclubje gaan beginnen.

Wat zou je bij een ontmoeting met Paus Franciscus als onderwerp aandragen?
Hij moet maar gewoon zichzelf blijven. Zijn pastorale gevoel laten spreken zoals hij altijd al doet.
En gewoon in het midden laten dat hij wat minder rigoureus denkt als zijn voorganger. Hij zal de kerkelijke leer niet kunnen veranderen, dat ligt ingewikkeld. Maar de praktijk, de toepassing, dat is een andere zaak.

Wat betekent Jezus voor je?
Hij is de bron voor inspiratie en het voorbeeld van hoe je met mensen om moet gaan. Hij geeft hoop op de toekomst.